Mollen in de lente: waarom maart en april de ergste maanden zijn voor je gazon
Mollen in de lente: waarom maart en april de ergste maanden zijn voor je gazon
Je loopt 's ochtends de tuin in en ziet ze: verse molshopen, verspreid over het gras. Een, twee, vijf. De mol is terug. Maar is hij eigenlijk ooit weg geweest? En waarom is de schade juist in het voorjaar zo zichtbaar? Dat heeft alles te maken met de biologie van de mol, de gesteldheid van de bodem en een timing die voor tuineigenaren altijd verkeerd uitkomt.
De mol kent geen winterslaap
De Europese mol (Talpa europaea) is het hele jaar actief. In de winter trekt hij dieper de grond in, achter de regenwormen aan die bij kou naar diepere bodemlagen zakken. De mol volgt. Dat is de reden dat je in december en januari nauwelijks molshopen ziet: de activiteit speelt zich te diep af om aan de oppervlakte zichtbaar te zijn.
Zodra de bodemtemperatuur stijgt, en in Nederland begint dat al in februari, zakken wormen terug naar de bovenste 10 tot 20 centimeter. De mol volgt. En graven doet hij altijd: elke dag legt een mol tot 20 meter nieuwe tunnel aan, op zoek naar de 50 tot 80 gram regenwormen die hij dagelijks nodig heeft.
De combinatie van hernieuwde oppervlakteactiviteit en een stijgend aantal jongere mollen maakt maart en april tot de meest zichtbare periode van het jaar.
Voortplanting en territoriumdrang
Mollen zijn solitaire dieren. Buiten het paarseizoen tolereren ze geen soortgenoten in hun territorium. Dat paarseizoen valt precies in de lente: van februari tot april zoeken mannetjesmollen actief naar vrouwtjes, wat betekent dat ze tijdelijk hun vaste gangenstelsels verlaten en door andermans territorium trekken.
Het resultaat is zichtbaar in elke tuin: meerdere mollen graven tegelijk in hetzelfde perceel, nieuwe tunnelstelsels worden aangelegd en de molshopen stapelen zich op. Eind april of mei worden de jongen geboren, gemiddeld drie tot vijf per worp. Na vijf tot zes weken zijn ze zelfstandig en gaan ze op zoek naar een eigen territorium. Dat migratiemoment, ergens in juni, is het tweede piekmoment voor molenschade.
Waarom sommige tuinen meer last hebben dan andere
Mollen prefereren vochtige, losse grond met een hoog regenwormengehalte. De typisch vochtige Nederlandse leemgrond is ideale mollenhabitat. Goed begroeide percelen zoals gazons, weilanden, parken en sportvelden bieden dekking en een stabiel voedselaanbod. Nieuwbouwwijken met verse, losse aanlegtuin zijn bijzonder kwetsbaar in het eerste en tweede jaar.
Schade: wat er echt misgaat
De molshopen zijn het minst ernstige symptoom. De werkelijke schade zit elders. Tunnels graven door de wortelzone van gras en planten, waarna wortels in de lucht hangen en planten uitdrogen of afsterven. Uitgebreide gangenstelsels destabiliseren de bovenste bodemlaag, wat op sportvelden leidt tot een onregelmatig liggend grasveld en een valrisico.
Mollentunnels worden bovendien overgenomen door muizen en woelmuizen, die wel plantenwortels eten. Een onbehandeld mollenprobleem nodigt dus een groter probleem uit. Op akkers vermengen molshopen aarde met gras bij het maaien, wat de kwaliteit van hooi en kuilgras verlaagt en machines beschadigt.
Bestrijding: wat werkt
De Nederlandse wet beschermt de mol als beschermde diersoort. Dodelijke vangst is uitsluitend toegestaan voor professionele plaagdierbestrijders met een vrijstelling, en alleen bij aantoonbare schade. Dit is direct de reden waarom doe-het-zelf bij mollenbestrijding structureel tekortschiet: de meest effectieve methoden zijn wettelijk voorbehouden aan gecertificeerde professionals.
Een professionele bestrijder plaatst klemmen in actieve tunnels na inspectie van het gangenstelsel, voert follow-up inspecties uit om te bevestigen dat het territorium vrij is en geeft advies over herinfestatie. Voor sportvelden, golfbanen, begraafplaatsen en agrarische percelen is professionele bestrijding niet optioneel, maar noodzakelijk vanwege de omvang van het probleem en de juridische verplichtingen.
Preventie: de mol buiten houden
Mollenrasters van metaalgaas met een maaswijdte van maximaal 6mm, aangebracht op 20 tot 30 cm diepte en 10 cm boven maaiveld, blokkeren de doortocht afdoende. Bij de aanleg van nieuwe gazons of sportterreinen is dit een investering die structurele jaarlijkse bestrijdingskosten voorkomt.
Tijdige melding is het andere sleutelmoment. Zodra de eerste verse molshopen verschijnen in maart, is de mol zijn territorium nog aan het vestigen. Vroeg ingrijpen, voor de jongen er zijn, is altijd effectiever dan wachten tot het gangenstelsel volledig is uitgebreid. Neem bij de eerste tekenen contact op met een erkende plaagdierbestrijder.